Visie op hulp
Start Omhoog

 

 

Als medemens en samenleving dragen wij medeverantwoordelijkheid voor de groeikansen (=welzijn) van de andere. Een aantal mensen hebben meer hulp nodig bij het ontwikkelen van hun mogelijkheden dan ze binnen hun eigen context kunnen vinden. In die gevallen kan (professionele) hulpverlening nodig zijn maar is een recht.

De vraag om hulp (en niet het aanbod) is het uitgangspunt van iedere vorm van hulpverlening. Deze hulpvraag kan gesteld worden door de ouders of andere opvoedingsverantwoordelijken, de jongere of maatschappelijke instanties. Deze hulpvraag mondt uit in een mandaat. Dit mandaat is niet statisch maar dient voortdurend aangepast te worden door de concretisering (en eventueel de verbreding) van de hulpvraag. Hulp verlenen is een samenwerkingskwestie, een onderhandelingsgebeuren tussen hulpverlener en hulpvrager. Vertrekkend van dit mandaat kunnen algemene en concrete doelen bepaald worden. Vanuit een taxonomie bieden zij de grondslag voor het aanwenden van strategieën en middelen. Dit geheel wordt voortdurend geëvalueerd en bijgestuurd.

Bij voorkeur worden hulpvragen opgevangen door het breed toegankelijke welzijnswerk. De bijzondere jeugdbijstand treedt op nadat alle andere hulpverlening is uitgeput. Zij is bijzonder omdat een maatschappelijke instantie de hulpvraag mee gesteld, zoniet opgelegd heeft. Deze instantie verleent een wettelijk mandaat aan de hulpverlening, maar ook binnen de bijzondere jeugdbijstand is het verwerven van een effectief mandaat vanwege de hulpvrager een centraal gegeven.

 

Problematische opvoedingssituaties als specifieke vraag om hulp

Binnen onze samenleving is het gezin (in de ruimste betekenis van het woord) in veel gevallen het basissysteem van waaruit mensen zich proberen te ontwikkelen. Binnen dit basissysteem is de opvoeding een complex gebeuren verweven met andere aspecten van het gezinssysteem. De gezinsopvoeding wordt o.a. bepaald door persoonskenmerken van de gezinsleden (gezondheid, opvoedingsgeschiedenis,…), subsysteemkenmerken (echtelijke relatie,…), algemene gezinskenmerken (hiërarchie, macht, coalities,…) en de maatschappelijke context van het gezin (materiële mogelijkheden, familiale omgeving,…). Verschillende factoren uit de nabije en verdere omgeving van de opvoeding beïnvloeden mee de ontwikkeling van het kind. Opvoeden is complementair en circulair; het is een continu proces waarin zowel ouders als kinderen o.a. hun vroegere en huidige belevingen en ervaringen inbrengen en hierdoor elkaar beïnvloeden en ook zelf veranderen. Deze complexiteit houdt in dat hulp verlenen aan gezinnen een integrale begeleidingsvorm moet zijn. De begrenzing wordt gevormd door het verworven mandaat en de eigen competentie. Samenwerken met gespecialiseerde diensten is soms noodzakelijk.

Soms kan het gezinssysteem onvoldoende groeikansen geven aan zijn leden en is het pedagogisch aanbod van de opvoedingsverantwoordelijken niet afgestemd op de vraag van het kind.

Opvoeding kan problematisch worden omdat ofwel de ernst van sommige problemen, ofwel de duurzaamheid van de problematiek, ofwel de hoeveelheid deelproblemen, de fysieke integriteit, de affectieve, morele, intellectuele of sociale ontplooiingskansen van kinderen verminderen. In de problematiek zit een actueel probleem (storend gedrag) meestal gebaseerd op kwetsuren uit het verleden (opgelopen door ouders en/of kinderen). Hoewel de hulp meestal op het actuele gericht is, verdienen ook de dieperliggende kwetsuren aandacht.

 

Verantwoorde hulpverlening aan gezinnen in een problematische opvoedingssituatie.

Het is in eerste instantie belangrijk om na te gaan hoeveel bereidheid er bestaat bij de opvoedingsverantwoordelijken voor het dragen van opvoedingsverantwoordelijkheid en hoe sterk de gezinsleden ervan overtuigd zijn dat ze zelf iets aan de problemen kunnen doen en hoeveel steun/hulp ze hierbij willen aanvaarden.

Verantwoorde hulpverlening heeft volgende kenmerken:

bulletsubsidiair (een zo groot mogelijk deel van de opvoeding blijft toevertrouwd aan het gezin. De minst ingrijpende interventie is te verkiezen - vrijwilligheid boven dwang, ambulant boven residentieel)
bulletaanklampend en tijdelijk (zo kort als mogelijk, zo lang als nodig)
bulletpositief betrokken (er is respect voor de verantwoordelijkheid van het gezin en de inzet van het gezin wordt erkend)
bulletemancipatorisch (de mogelijkheden van het gezin worden aangesproken, verrijkt en geoptimaliseerd, de cliënten helpen zoeken naar een oplossing in een open samenwerkingsrelatie met de begeleider, de opvoedingsverantwoordelijken en de jongeren nemen deel aan de hulpverlening)
bulletgericht op het herstel van het gezin als systeem (het aangemelde kind wordt gezien als symptoomdrager, de onderhandelingen van het gezin met de buitenwereld moeten in de hulpverlening betrokken worden, zorg voor kinderen is slechts zinvol als hun problemen betekenis krijgen in de samenhang met hun thuissituatie)
bulletplanmatig en gestructureerd (vanuit het mandaat worden algemene en concrete doelen bepaald die in een bepaalde taxonomie worden gehanteerd en de inschakeling van bepaalde strategieën moeten verantwoorden. Deze strategieën worden op hun efficiëntie geëvalueerd en voortdurend bijgestuurd.)
bulletintegraal (er is aandacht voor de verschillende dimensies van de problemen: voor het denken, het voelen en het gedrag, voor de verschillende levensdomeinen, voor de verschillende contexten en voor verleden-heden-toekomst)

 

Hulpverlening door Huize Ten Dries

Huize Ten Dries is een door de overheid gereglementeerd en gesubsidieerd systeem binnen de bijzondere jeugdbijstand, dat de groeikansen van jongeren, aangemeld door een verwijzende instantie omwille van problematische opvoedingssituaties, probeert te bevorderen d.m.v. een residentiële benadering.

Het kind wordt gezien als ingangspoort tot het benaderen van de totale problematiek. Het begeleidingstehuis wil een hefboomfunctie hebben tot het zelfstandig functioneren van het gezin.

Methodieken van de begeleiding

Er worden verschillende werkvormen door elkaar gehanteerd. We kiezen voor eclectisme en niet voor de toepassing van één bepaalde therapeutische praxis.

Werken met de gezinnen door
bulletaanleren van ouderlijke vaardigheden (Patterson: monitoring, discipline, positieve betrokkenheid, positieve bekrachtiging, problemsolving) te verkiezen boven, maar ook naast direct beïnvloeden van storend gedrag van het kind (leer- of gedragtherapeutisch)
bulleter worden elementen uit het systeemdenken (voortdurende wisselwerking tussen individu en omgeving, circulaire causaliteit) en de communicatieleer (gelaagde communicatie,…) gebruikt in functie van het tot stand brengen van functionele relaties
bulletherstellen van de balans van geven en nemen door meerzijdige partijdigheid (Nagy) en daarbij de fasen volgen (erkennen onrecht, erkennen geven, ontschuldigen, aan wie doe ik onrecht, aanzetten tot passend geven)
 

Werken met de kinderen:

bulletDoor een aantal opvoedkundige taken op te nemen
bulletAanleren en stimuleren van vaardigheden
bulletZorgen voor het opnieuw verbinden van jongeren en het gezin met een netwerk.

Deze drie werkterreinen moeten voortdurend op elkaar afgestemd worden en vertrekken vanuit een grondhouding van respect voor en openheid naar de gebruikers.

 

U kunt een emailbericht met vragen of opmerkingen over deze website verzenden aan info@jongerenzorg.be  Copyright © 2002 by Jongerenzorg ZWVL vzw. Laatst bijgewerkt: 30 augustus 2006.